Selecteer een pagina
Maha: Wanneer je alleen speelt, ben je tevreden!

Maha: Wanneer je alleen speelt, ben je tevreden!

Deze ongetrouwde vrouw woont met haar moeder en zus en runt een groothandel met haar broer. Ze distribueren gasflessen, frisdrank en sappen aan kruidenierswinkels in de buurt. Omdat zaken goed gaan hebben ze twee medewerkers om de goederen af te leveren. Het is hard werken voor deze jonge vrouw met het organiseren van iedere levering, het uitvoeren van de administratie en het managen van het magazijn iedere dag van de week. Dus haar dagen zijn gevuld met werken, het zorgen voor haar moeder, eten en slapen, maar ze is aan dit tijdschema gewend omdat ze vanaf heel jonge leeftijd hier werkt toen haar vader het bedrijf leidde. Toen hij stierf heeft ze het bedrijf voortgezet met haar broer. Ze heeft geen opleiding genoten, dus voor Maha is het goed om te werken. Als ze echter de keus had gehad zou ze graag kapster zijn geweest, niet in een loondienstverband maar ook onafhankelijk van anderen om zo voor zichzelf te kunnen zorgen. Deze vrijheid is belangrijk voor Maha en ze hoopt dat ze een man kan vinden die haar wens accepteert. Traditioneel is de man verantwoordelijk voor het inkomen en de vrouw voor het huishouden. Veel manne willen daarom ook dat hun vrouw thuis blijft. In dergelijke kampen raken vrouwen depressief doordat ze hun hele leven in een klein gebied blijven, zelfs alleen binnen de muren van het kamp. Als ze de man van haar dromen vindt, zal Maha proberen om haar familie te overtuigen om met hem te trouwen. Indien ze dat niet goedkeuren zal ze het accepteren, haar familie weet wat het beste voor haar is en uiteindelijk beslissen zij.

Ze heeft deel genomen aan het ondernemersprogramma van Women’s Program Association, maar ze is niet geïnteresseerd in contact met andere onderneemsters. Ze leerde van haar vader, die in de rug was gestoken door een ‘vriend’ om niemand te vertrouwen. Tot op,de dag van vandaag leeft ze op die manier en houdt ze vast aan een Arabisch gezegde dat “als je alleen speelt je tevreden bent”. Gelukkig is ze dat ook…

Noha: investeer in de juiste dingen als je begint

Noha: investeer in de juiste dingen als je begint

De 58-jarige Noha heeft veel gezien en gedaan in haar leven:  het goede leven in de Verenigde Emiraten… het runnen van diverse winkeltjes…reizen. Maar ze heeft ook het leven in moeilijke condities zoals in het vluchtelingenkamp Burj Al Barajneh goed onder de knie. Het valt niet mee om op latere leeftijd het kamp binnen te komen en te integreren in de gemeenschap, maar het schijnt haar niet echt te storen. Ze leeft haar leven en bemoeit zich niet echt met haar buren.
In het kamp is ze een internetcafe gestart om in het levensonderhoud van haar 27-jarige zoon en haarzelf te kunnen voorzien. Niet iedereen is daar even positief over. Sommigen keuren het af dat de jongens en jonge mannen haar cafe bezoeken. Maar ze is overtuigd van haar toegevoegde waarde voor het kamp. Ze luistert naar hun verhalen en zorgen en geeft hen advies als een soort surrogaatmoeder.

Alles wat ze kan leren om haar onderneming te verbeteren, grijpt ze met beide handen aan. Toen ze vijf jaar geleden startte had ze het enige internetcafe in het kamp. Inmiddels is er echter eentje bijgekomen. Ze beseft dan ook dat ze haar bedrijfje steeds verder moet ontwikkelen om de concurrentie voor te blijven. Ze denkt erover om haar bedrijfje uit te breiden met de verkoop van opladers voor telefoons, telefoonhoesjes en de verkoop van softdrinks en wat snoepgoed. Van een ondernemerschapsprogramma in het kamp heeft ze geleerd dat het beter is om haar bedrijfje in kleine stapjes te ontwikkelen. Dat doet ze dus ook. Haar advies aan andere ondernemers: “investeer in de juiste dingen als je net begint”. Haar eigen bedrijfje geeft haar zelfvertrouwen en ze heeft haar doelen duidelijk voor ogen: haar zoon en haarzelf een goed leven bezorgen. Wat meer kan ze nog wensen?

Mariam El Husseiny: Mijn man zou me moeten steunen!

Mariam El Husseiny: Mijn man zou me moeten steunen!

Het Shatila vluchtelingenkamp in Zuid-Beiroet is oorspronkelijk opgezet voor Palestijnse vluchtelingen in 1949. Het kamp is vooral bekend geworden door de Israëlische invasie van Libanon in 1982 en de gevechten in Sabra en Shatila waarbij 3000 burgers om het leven zijn gekomen. In 2014 leven er zo’n 10.000 geregistreerde Palestijnse vluchtelingen. Sinds het ontstaan van de Syrische burgeroorlog zijn ook veel Syrische vluchtelingen Shatila binnengekomen waardoor het kamp nu uit zijn voegen lijkt te barsten. Overvolle gebouwen, slechte hygiënische omstandigheden, armoede en teveel mensen zonder werk. Het leven is hard in Shatila.

Ook voor Mariam, de eigenaresse van een klein restaurantje in Shatila. Ze is voor zichzelf begonnen omdat er domweg geen betaald werk te vinden was en ze toch een manier moest zien te vinden om haar echtgenoot, twee thuiswonende kinderen en drie kleinkinderen te onderhouden. Haar twee kinderen, een zoon en een dochter, wonen nog thuis omdat ze beiden werkloos zijn en geen geld hebben om een eigen plek te huren. De verantwoordelijkheid weegt zwaar op de schouders van Mariam en ze ziet er constant uitgeput uit. Luisterend naar haar verhaal wordt duidelijk dat Mariam zowel zorgdraagt voor het reilen en zeilen in haar restaurant als haar huishouden. Zeven dagen per week, van ’s ochtends vroeg tot ’s avonds laat. Tijd voor haarzelf of voor het ontmoeten van andere onderneemsters is er niet. Op de vraag of haar man haar steunt, antwoord ze…”Hij zou me moeten steunen!”

Palestijnen vluchtelingen in Libanon

Sinds 1948 hebben in Libanon zo’n 450.000 Palestijnse vluchtelingen zich geregistreerd bij UNRWA (the United Nations Relief and Works Agency), het officiële orgaan voor het verstrekken van basisvoorzieningen aan Palestijnse vluchtelingen in Libanese vluchtelingenkampen. Een ontzagwekkend aantal vluchtelingen op een Libanese bevolking van ‘slechts’ 4,5 mln. Eerlijkheidshalve moet hierbij wel gezegd worden dat het vermoeden bestaat dat het werkelijke aantal Palestijnse vluchtelingen inmiddels beduidend lager is geworden, maar nog steeds in de boeken hoog wordt gehouden om politieke redenen zoals bijvoorbeeld het verkrijgen van fondsen vanuit de VN. Hoe belangrijk deze fondsen door de Libanese politiek worden gevonden blijkt misschien het wel het beste uit het feit dat het noemen en publiceren van lagere aantallen reden voor celstraf kan zijn.

Zo’n 53% van de Palestijnse vluchtelingen in Libanon wonen in de 12 erkende Palestijnse vluchtelingenkampen. Het overige deel leeft in zogenaamde gemeenschappen dichtbij de kampen of zijn verspreid over Libanon.

10.000 vluchtelingen leven in het meest beroemde (of beruchte) kamp: Shatila. Dit vluchtelingenkamp is in 1949 opgericht door het Rode Kruis om de vele Palestijnen te kunnen herbergen die gevlucht waren uit Noord-Palestina na de oorlog in 1948.
Shatila werd met de grond gelijk gemaakt tijdens de Israëlische invasie van Libanon in 1982 en werd regelmatig het doelwit tijdens de Libanese burgeroorlog. Nog steeds tonen veel gebouwen de kogelgaten uit die tijd. De burgeroorlog werd beëindigd, maar spanningen zijn vaak nog steeds voelbaar in Shatila. De slechte leefomstandigheden, de armoede, discriminatie, werkloosheid en de uitzichtloze situatie van veel Palestijnen maakt van Shatila een kruitvat dat constant op ontploffen lijkt te staan.

Omdat de Palestijnen feitelijk statenloos zijn, krijgen ze niet dezelfde rechten als andere buitenlanders  die wonen en werken in Libanon. Zo is bijvoorbeeld de uitoefening van veel beroepen voor hen verboden. Beroepen als arts, jurist, tandarts, accountant, ingenieur…eigenlijk al die beroepen waarvoor een hogere opleiding vereist is. Daarnaast worden ze vaak gediscrimineerd bij sollicitaties wat een hoge werkloosheid onder de Palestijnen tot gevolg heeft. Bankleningen voor bijvoorbeeld een huis zijn alleen mogelijk wanneer een Libanese inwoner garant staat. Reizen naar een ander land is vanwege hun vluchtelingenstatus eigenlijk onmogelijk.

Het resultaat van deze wettelijke beperkingen is dat na 70 jaar de 3de of soms zelfs al 4de generatie Palestijnse vluchtelingen voor een groot deel leeft in armoede, zonder werk, in kleine slecht onderhouden huizen en iedere dag opnieuw voor de uitdaging staan om genoeg voor het avondeten te kunnen verdienen. Dit maakt dat een groot deel volledig afhankelijk is van de steun van UNRWA en andere non-profit organisaties. Echter…de budgetten worden steeds kleiner en met de komst van zoveel Syrische vluchtelingen moet het geld over steeds meer mensen verdeeld worden.

Sinds de burgeroorlog in Syrië moesten ook veel Palestijnen die in Syrië toevlucht hadden gevonden, opnieuw vluchten voor het oorlogsgeweld. Velen van hen probeerden te vluchten naar Libanon. Echter, sinds augustus 2013 is het voor Palestijnen bijna onmogelijk geworden om Libanon binnen te komen. UNWRA schat dat zo’n 53.000 Palestijnen uit Syrië bij de grens zijn tegengehouden.

UNWRA

Volgend op het Arabische – Israëlische conflict in 1948 is het United Nations Relief en Works Agency (UNWRA) voor de Palestijnse vluchtelingen opgericht. Het agentschap is gestart met hulpverlening aan Palestijnse vluchtelingen in 1951 en wordt grotendeels betaald uit vrijwillige bijdragen van de landen aangesloten bij de VN. UNWRA verzorgt onderwijs, gezondheidszorg en allerlei sociale voorzieningen. Daarnaast is ze verantwoordelijk voor de vluchtelingenkampen.

Met ongeveer 5 miljoen ontheemde Palestijnen vormt deze bevolkingsgroep de grootste vluchtelingen ter wereld. Sinds 1948 tellen we nu 4 generaties van vluchtelingen verspreid over landen als Jordanië, Libanon, Syrië, de Gaza-strook, West Bank, etc…

Het Project

Het Project

Alleen al in Libanon zijn 450.000 bij de UNRWA geregistreerde Palestijnse vluchtelingen waarvan de meerderheid in 12 vluchtelingenkampen woont die zijn verspreid over het land. De Palestijnse vluchtelingen maken dus naar schatting 10 procent uit van de Libanese bevolking van 4,5 miljoen mensen. Daarnaast zijn sinds het begin van de Syrische burgeroorlog in 2011 ook miljoenen Syriërs gevlucht voor het geweld en de immense brutaliteiten in hun thuisland. Van deze vluchtelingen gaan er velen naar Libanon. Vaak met slechts weinig meer dan ze kunnen dragen. Ze zoeken onderdak in leegstaande gebouwen en zelfgebouwde hutten en tenten. Hulp, in allerlei vormen, is nog steeds dringend nodig.

Helaas is er nog steeds geen einde van de oorlog in zicht. Dat maakt het onduidelijk of en wanneer een terugkeer naar eigen huizen mogelijk zal zijn. Als ze nog een huis hebben natuurlijk. Dat betekent dat naast crisisopvang nu ook een meer duurzame vorm van hulp nodig is.

SELLING STRENGTH
ONDERNEMERSCHAPSPROGRAMMA’S VOOR VROUWEN IN MOEILIJKE OMSTANDIGHEDEN

Belangrijk hierbij is deze mensen te ondersteunen in hun pogingen om zo snel mogelijk weer (financieel) onafhankelijk te worden. Een belangrijke doelgroep hierbij zijn de vrouwelijke vluchtelingen. Volgens de Wereldbank investeren vrouwen 60% meer van hun inkomen in het welzijn (gezondheidszorg, onderwijs, etc…)  van hun gezin dan mannen. 60% meer! Door deze vrouwen te ondersteunen, helpen we niet alleen hun gezin maar zelfs toekomstige generaties.

Onder de naam ‘Selling Strength’ zijn we in 2015 naar Libanon en 2016 naar Jordanië gegaan om een fotodocumentaire te maken van deze vrouwen. We laten zien wie deze bijzondere vrouwen zijn en brengen in beeld in welke omstandigheden zij knokken om zichzelf en hun gezinnen weer hoop op een goede toekomst te geven. Een verhaal van doorzettingsvermogen, hoop en – vooral – van kracht.

Door middel van deze documentaire hopen we breed aandacht te kunnen vragen voor deze – zo noodzakelijke – vorm van hulpverlening. Want niet alleen in Libanon zijn deze vrouwen aanwezig. Maar overal in de wereld waar vrouwen zich vanuit een opvangsituatie weer terug knokken naar zelfstandigheid en onafhankelijkheid.