Selecteer een pagina

Het potentieel van vrouwen

860 miljoen vrouwen – meer dan een kwart van alle vrouwen in de wereld – zijn niet in staat om deel te nemen aan de wereldeconomie. Zelfs in landen als Nederland is de helft van de vrouwelijke bevolking financieel afhankelijk. Dit zijn duizelingwekkende cijfers. Niet alleen omdat ze een wereldwijd probleem illustreren, maar ook omdat ze een grote kans tonen. Stelt u zich het enorme potentieel eens voor dat deze vrouwen vertegenwoordigen; de bijdrage die zij kunnen leveren om de huidige economische en sociale uitdagingen het hoofd te bieden.

Volgens de Wereld Bank investeren vrouwen van hun inkomen 60% meer dan mannen in ‘sociaal kapitaal’, d.w.z. in voedsel, educatie en gezondheidszorg voor hun familie. 60% meer! Hiervan profiteren hele samenlevingen. Niet alleen op de korte, maar ook op de lange termijn. Toekomstige generaties plukken de vruchten van hun moeder’s activiteiten. De inzet van het enorme potentieel aan vrouwen kan werkgelegenheid creëren en economische vooruitgang brengen in veel landen, maar ook een impuls geven aan innovatie, armoedereductie en welzijnsbevordering. ‘Women are the agents of change!’

Millenniumdoel nummer 3 is erg duidelijk: ‘promote gender equality and empower women’. Een van de manieren om ‘empowered’ te worden is het runnen van een eigen bedrijf. Helaas zijn er nog steeds veel obstakels voor vrouwen in de ondernemerswereld. Zoals bijvoorbeeld voor Thabo uit Malawi die geen eigen boerenbedrijf kan starten omdat ze geen land mag bezitten. Zowel in ontwikkelde als in ontwikkelingslanden doen zich obstakels voor. In ontwikkelde landen weerhoudt het zogenoemde ‘glazen plafond’ vrouwen ervan hoog op de carrièreladder te klimmen. Maar in veel delen van de wereld komen vrouwen niet eens in de buurt van het plafond, en kunnen ze hun voet nauwelijks op de onderste trede zetten. Zij hebben geen toegang tot kapitaal, geen toegang tot eigendom, geen toegang tot markten.

Door alle barrières profiteren we niet van het potentieel van vrouwelijke ondernemers. Maar zelfs wanneer de barrières al wel zijn geslecht, wordt het volle potentieel nog niet benut. Hoe kunnen we dat wel ten volle benutten? Het begint eenvoudigweg bij het serieus nemen van vrouwelijke ondernemers!

In Nederland bijvoorbeeld is het aandeel in huishoudelijke taken dat vrouwen voor hun rekening nemen nog steeds te groot. Daardoor is het voor hen moeilijk de balans te vinden tussen werk en privé. Veel vrouwen dromen ervan hun eigen bedrijf te runnen, maar kunnen hun droom niet realiseren. Voor een deel ligt dat ook bij de vrouwen zelf. Ze zouden sterker mogen opstaan voor hun dromen en ambities. Daarnaast zijn het opbouwen van netwerken met andere vrouwelijke ondernemers en de inzet van bekende en belangrijke ondernemers als rolmodel, goede manieren om hen te stimuleren in het opzetten en laten groeien van ondernemingen. Ondernemers van gevestigde bedrijven kunnen optreden als mentor, zoals in de succesvolle Nederlandse programma’s Groeiversneller en Qredits.

Vrouwelijk ondernemerschap gaat over sterke mensen, die helpen om wereldwijde problemen op te lossen, en die welvaart en welzijn creëren door innovatie en samenwerking. Het gaat over grootse vrouwen en grootse ondernemingen!

Vrouwelijke ondernemers zijn zowel verschillend als gelijk aan hun mannelijke collega’s. Verschillend in de manier van zakendoen. Gelijk in hun kwaliteiten.

Vrouwen aanmoedigen een eigen bedrijf te starten en deel te nemen aan economische groei, is niet genoeg. Microkredieten en ‘inclusive finance’ hebben zeker hun waarde bewezen. Het begon met de Grameen Bank 30 jaar geleden in Bangladesh, die vrouwen zoals bijvoorbeeld Anwara helpt met een kleine lening voor haar telefoonbedrijf. Maar nu is het tijd om de aanpak te intensiveren. Om vrouwen op meer gelijkwaardige voet te brengen. Om verder te gaan dan kleine kredieten en kleine ondernemingen, en het volle potentieel van vrouwelijke ondernemers te erkennen. Die erkenning is cruciaal als we willen dat vrouwen investeren in hun bedrijven en in de groei daarvan, en hun eigen krachten ontwikkelen.

Ondernemerschap leidt tot empowerment. Vrouwen die een eigen inkomen hebben staan sterker. Door hun bijdrage aan het gezinsinkomen winnen ze aan respect. Zij hebben meer mogelijkheden om aan huiselijk geweld te ontkomen. Zoals bijvoorbeeld Alexandra uit Nederland die een succesvol bedrijf opstartte na slachtoffer te zijn geweest van huiselijk geweld. Ondernemerschap is niet alleen het starten van een nieuw bedrijf, maar ook het starten van een nieuw leven. Empowerment in de vorm van verhoogd zelfvertrouwen, eigenwaarde en sociale integratie.

Zoekend naar oplossingen sprak ik met ondernemers, wetenschappers, politici, NGO’s, studenten. Allemaal erkennen ze het enorme onbenutte potentieel van vrouwelijke ondernemers. Ze riepen op om barrières te slechten, rolmodellen in te zetten, en tot samenwerking van mannelijke én vrouwelijke ondernemers om wereldwijde uitdagingen het hoofd te bieden. Het is tijd om vrouwelijke ondernemers serieus te nemen. Niet alleen omdat zij wel wat hulp kunnen gebruiken, maar omdat deze vrouwen ons allemaal kunnen helpen. Samen vinden we de kansen, kunnen we de uitdagingen aan en kunnen we de welvaart en het welzijn creëren dat de wereld nodig heeft.

Hoda Sersawi: Kinderdagverblijf in Shatila

Hoda Sersawi: Kinderdagverblijf in Shatila

Hoda is een Palestijnse vrouw en getrouwd met een jongere man die in de oorlog gewond is geraakt en thuis is. Haar zwager is gehandicapt en woont ook bij hen evenals hun twee kinderen van 13 en 15 jaar. Zelf is ze tot haar dertiende naar school gegaan en werkte ze vrijwillig als verpleegster, maar ze gaf ook les over gezondheid en ziekten. Als Palestijnse wilde ze iets voor zichzelf doen. Sinds februari 2015 runt ze haar eigen kinderdagverblijf samen met drie andere vrouwen. Twee van hen werken in de morgen en twee in de middag, aangezien ze van 8 tot 5 geopend zijn.

Met elkaar hebben ze geld bij elkaar gelegd om voor acht maanden vooruit de huur te batalen ($ 1600) toen ze een paar maanden geleden begonnen. Ze huren de ruimtes van een Palestijnse man die in de buurt woont en die ook andere gebouwen en winkels in Shatila bezit. Ze begon een kinderopvang omdat ze van kinderen houdt en ze is een maatschappelijk werker. Met haar partners zorgt ze voor babies en kleine kinderen van werkende mensen in de buurt. Palestijnen en Syriërs, maar ook vanuit Bangladesh en Sri Lanka. Tijdens ons bezoek was er een Filipijnse vrouw, getrouwd met een Libanees, die in de stad werkt maar in Shatila woont omdat het hier goedkoper is.

Gemiddeld zijn er 20 kinderen per dag in de opvang, maar dat is niet genoeg om in hun levensonderhoud te voorzien. Dus, soms werken de vrouwen als oppas of lerares om extra inkomsten te genereren. Omdat Hoda opgeleid is kan ze ook psychosociale ondersteuning geven aan kinderen en andere activiteiten aanbieden. Maar allereerst is een grotere naambekendheid van belang en uitbreiding van het aantal kinderen dat naar de opvang komt. Aan het einde van de maand leggen ze het geld bij elkaar dat ze hebben ontvangen en bekijken ze hoeveel de uitgaven zijn aan huur, electriciteit, water, schoonmaak en eten. Het geld dat over is, wordt onder de vier vrouwen verdeeld. Thuis geven ze niet al het zuur verdiende geld aan de man, zij houden controle, verdelen het geld en geven de man een deel. Ze zijn er van overtuigd dat vrouwen meer offers brengen dan mannen en omdat mannen het geld niet aan de juiste zaken uitgeven, houden ze zelf de controle. Als vrouw in een door mannen gedomineerde maatschappij leven is niet eenvoudig, maar Hoda’s man is erg trots op zijn vrouw. Een paar weken voor de opening kwam hij kijken en hij ondersteunt haar openlijk.

“Vrouwen weten hoe ze geld voor de familie moeten verdelen, mannen geven het alleen voor zichzelf uit”

De klanten van de kinderopvang zijn allemaal werkende stelletjes, getrouwd, met een of twee kinderen. Ze kunnen het zich blijkbaar permitteren om maandelijks 50.000 Libanese pond (ongeveer € 30) per kind voor de opvang te betalen. De ouders werken als leraar, schoonmaker of oppas. De kinderen blijven tot ze zeven jaar zijn, omdat ze vanaf dat moment naar school gaan. Voor oudere kinderen bieden ze cursussen en buitenschoolse opvang. ouders betalen hiervoor een bijdrage afhankelijk van hun inkomen en het onderwerp van de begeleiding. School was gratis bij de UNRWA scholen, maar er zijn signalen over de mogelijke sluiting van de UNRWA scholen wat enorme gevolgen kan hebben op korte en lange termijn. Buiten het kamp zijn publieke en private scholen, maar ouders moeten hiervoor betalen.

Het grootste obstakel voor Hoda’s opvang is financieel van aard, evenals voor de andere onderneemsters die we al hebben geïnterviewd. Als een vrouw ervaart ze geen specifieke problemen, maar ze trekt zich ook niets aan van wat anderen zeggen. Ze wil graag andere vrouwen betrekken bij ondernemerschap zodat ze een eigen inkomen kunnen verwerven en onafhankelijk kunnen zijn. Palestijnen klitten veel samen dus ze wil dat de vrouwen zich meer verenigen en samenwerken. Ze kent wel wat andere onderneemsters die snoep verkopen, gas en kleding. Ze delen hun ervaringen als ze elkaar zien over hoe het bedrijf loopt, ze helpen elkaar door foto’s van hun producten te delen op whatsapp, en dergelijke. Ze hebben een whatsapp-groep voor een aantal vrouwen. Als er een ondernemerschapsprogramma zou zijn dan zou Hoda meer willen weten over hoe ze deze plek verder kan ontwikkelen om meer klanten te trekken.

“In onze whatsapp-groep deel ik zakelijke ervaringen met andere onderneemsters”

 Iedereen hier heeft hulp nodig en concentreert zich op hun eigen zorgen, dus Hoda ervaart geen sociale ondersteuning. Veel mensen en organisaties beloven om van alles te doen, maar ze doen niets aldus haar ervaring. Als er ondersteuning zou zijn dan zou ze de opvang groter en beter maken.

Wat als het niet lukt na acht maanden? Ze is bezorgd en meer mensen moeten weten dat haar opvang bestaat. Haar spaargeld is niet genoeg om het lang vol te houden. In het verleden heeft ze kleine bedragen privé geleend en ze weet wel iemand die haar met een lening kan helpen. Als je de lening niet kunt terug betalen krijg je wel toestemming om uitstel te krijgen, maar alle vrouwen zouden eerder minder eten dan de lening niet kunnen terug betalen…

Naima Mohammad Nader: Ieders favoriete oma

Naima Mohammad Nader: Ieders favoriete oma

Als je Naima ontmoet dan wil je direct dat ze je oma is. Niet alleen omdat ze een vrouw op leeftijd is met haar 65 jaar, maar vooral omdat ze de gave heeft om je thuis te laten voelen op het moment dat je haar huis binnen treedt. Je begrijpt helemaal waarom mensen in haar kruidenierswinkeltje snoep en frisdrank kopen, ondergebracht in haar eigen woonkamer!

Als een weduwe woont ze alleen. Haar man is een aantal jaren geleden overleden en al haar kinderen zijn uit huis. Een onderwerp waar ze liever niet over praat, omdat het contact met een aantal kinderen niet erg goed is. Als een vrouw op leeftijd in Libanon ben je afhankelijk van de ondersteuning (financieel en anderszins) van je kinderen. En het lijkt er op dat Naima’s kinderen er niet op stonden te springen om voor hun moeder te zorgen. Dus ze moet zichzelf onderhouden.

Haar overleden man liet $800 voor haar achter en Naima realiseerde zich dat ze dit bedrag kon opmaken aan voedsel en het betalen van rekeningen tot het geld op zou zijn, of dat ze het kon investeren in een kleine winkel om voor haarzelf te kunnen zorgen voor de jaren die ze nog voor zich heeft. Ze koos voor het laatste. Van het startkapitaal kocht ze voorraden, en een tijdje later verkocht ze haar trouwring en armbanden om een koelkast te kopen voor frisdrank en ze begon haar winkel in haar eigen woonkamer. Ze heeft nooit spijt gehad van haar besluit. Ze zorgt voor haarzelf en kijkend naar de gezichten van de kinderen die bij haar komen om snoep te kopen… ze is de favoriete oma van iedereen in haar kleine buurt.

Maha: Wanneer je alleen speelt, ben je tevreden!

Maha: Wanneer je alleen speelt, ben je tevreden!

Deze ongetrouwde vrouw woont met haar moeder en zus en runt een groothandel met haar broer. Ze distribueren gasflessen, frisdrank en sappen aan kruidenierswinkels in de buurt. Omdat zaken goed gaan hebben ze twee medewerkers om de goederen af te leveren. Het is hard werken voor deze jonge vrouw met het organiseren van iedere levering, het uitvoeren van de administratie en het managen van het magazijn iedere dag van de week. Dus haar dagen zijn gevuld met werken, het zorgen voor haar moeder, eten en slapen, maar ze is aan dit tijdschema gewend omdat ze vanaf heel jonge leeftijd hier werkt toen haar vader het bedrijf leidde. Toen hij stierf heeft ze het bedrijf voortgezet met haar broer. Ze heeft geen opleiding genoten, dus voor Maha is het goed om te werken. Als ze echter de keus had gehad zou ze graag kapster zijn geweest, niet in een loondienstverband maar ook onafhankelijk van anderen om zo voor zichzelf te kunnen zorgen. Deze vrijheid is belangrijk voor Maha en ze hoopt dat ze een man kan vinden die haar wens accepteert. Traditioneel is de man verantwoordelijk voor het inkomen en de vrouw voor het huishouden. Veel manne willen daarom ook dat hun vrouw thuis blijft. In dergelijke kampen raken vrouwen depressief doordat ze hun hele leven in een klein gebied blijven, zelfs alleen binnen de muren van het kamp. Als ze de man van haar dromen vindt, zal Maha proberen om haar familie te overtuigen om met hem te trouwen. Indien ze dat niet goedkeuren zal ze het accepteren, haar familie weet wat het beste voor haar is en uiteindelijk beslissen zij.

Ze heeft deel genomen aan het ondernemersprogramma van Women’s Program Association, maar ze is niet geïnteresseerd in contact met andere onderneemsters. Ze leerde van haar vader, die in de rug was gestoken door een ‘vriend’ om niemand te vertrouwen. Tot op,de dag van vandaag leeft ze op die manier en houdt ze vast aan een Arabisch gezegde dat “als je alleen speelt je tevreden bent”. Gelukkig is ze dat ook…

Noha: investeer in de juiste dingen als je begint

Noha: investeer in de juiste dingen als je begint

De 58-jarige Noha heeft veel gezien en gedaan in haar leven:  het goede leven in de Verenigde Emiraten… het runnen van diverse winkeltjes…reizen. Maar ze heeft ook het leven in moeilijke condities zoals in het vluchtelingenkamp Burj Al Barajneh goed onder de knie. Het valt niet mee om op latere leeftijd het kamp binnen te komen en te integreren in de gemeenschap, maar het schijnt haar niet echt te storen. Ze leeft haar leven en bemoeit zich niet echt met haar buren.
In het kamp is ze een internetcafe gestart om in het levensonderhoud van haar 27-jarige zoon en haarzelf te kunnen voorzien. Niet iedereen is daar even positief over. Sommigen keuren het af dat de jongens en jonge mannen haar cafe bezoeken. Maar ze is overtuigd van haar toegevoegde waarde voor het kamp. Ze luistert naar hun verhalen en zorgen en geeft hen advies als een soort surrogaatmoeder.

Alles wat ze kan leren om haar onderneming te verbeteren, grijpt ze met beide handen aan. Toen ze vijf jaar geleden startte had ze het enige internetcafe in het kamp. Inmiddels is er echter eentje bijgekomen. Ze beseft dan ook dat ze haar bedrijfje steeds verder moet ontwikkelen om de concurrentie voor te blijven. Ze denkt erover om haar bedrijfje uit te breiden met de verkoop van opladers voor telefoons, telefoonhoesjes en de verkoop van softdrinks en wat snoepgoed. Van een ondernemerschapsprogramma in het kamp heeft ze geleerd dat het beter is om haar bedrijfje in kleine stapjes te ontwikkelen. Dat doet ze dus ook. Haar advies aan andere ondernemers: “investeer in de juiste dingen als je net begint”. Haar eigen bedrijfje geeft haar zelfvertrouwen en ze heeft haar doelen duidelijk voor ogen: haar zoon en haarzelf een goed leven bezorgen. Wat meer kan ze nog wensen?

Mariam El Husseiny: Mijn man zou me moeten steunen!

Mariam El Husseiny: Mijn man zou me moeten steunen!

Het Shatila vluchtelingenkamp in Zuid-Beiroet is oorspronkelijk opgezet voor Palestijnse vluchtelingen in 1949. Het kamp is vooral bekend geworden door de Israëlische invasie van Libanon in 1982 en de gevechten in Sabra en Shatila waarbij 3000 burgers om het leven zijn gekomen. In 2014 leven er zo’n 10.000 geregistreerde Palestijnse vluchtelingen. Sinds het ontstaan van de Syrische burgeroorlog zijn ook veel Syrische vluchtelingen Shatila binnengekomen waardoor het kamp nu uit zijn voegen lijkt te barsten. Overvolle gebouwen, slechte hygiënische omstandigheden, armoede en teveel mensen zonder werk. Het leven is hard in Shatila.

Ook voor Mariam, de eigenaresse van een klein restaurantje in Shatila. Ze is voor zichzelf begonnen omdat er domweg geen betaald werk te vinden was en ze toch een manier moest zien te vinden om haar echtgenoot, twee thuiswonende kinderen en drie kleinkinderen te onderhouden. Haar twee kinderen, een zoon en een dochter, wonen nog thuis omdat ze beiden werkloos zijn en geen geld hebben om een eigen plek te huren. De verantwoordelijkheid weegt zwaar op de schouders van Mariam en ze ziet er constant uitgeput uit. Luisterend naar haar verhaal wordt duidelijk dat Mariam zowel zorgdraagt voor het reilen en zeilen in haar restaurant als haar huishouden. Zeven dagen per week, van ’s ochtends vroeg tot ’s avonds laat. Tijd voor haarzelf of voor het ontmoeten van andere onderneemsters is er niet. Op de vraag of haar man haar steunt, antwoord ze…”Hij zou me moeten steunen!”

Palestijnen vluchtelingen in Libanon

Sinds 1948 hebben in Libanon zo’n 450.000 Palestijnse vluchtelingen zich geregistreerd bij UNRWA (the United Nations Relief and Works Agency), het officiële orgaan voor het verstrekken van basisvoorzieningen aan Palestijnse vluchtelingen in Libanese vluchtelingenkampen. Een ontzagwekkend aantal vluchtelingen op een Libanese bevolking van ‘slechts’ 4,5 mln. Eerlijkheidshalve moet hierbij wel gezegd worden dat het vermoeden bestaat dat het werkelijke aantal Palestijnse vluchtelingen inmiddels beduidend lager is geworden, maar nog steeds in de boeken hoog wordt gehouden om politieke redenen zoals bijvoorbeeld het verkrijgen van fondsen vanuit de VN. Hoe belangrijk deze fondsen door de Libanese politiek worden gevonden blijkt misschien het wel het beste uit het feit dat het noemen en publiceren van lagere aantallen reden voor celstraf kan zijn.

Zo’n 53% van de Palestijnse vluchtelingen in Libanon wonen in de 12 erkende Palestijnse vluchtelingenkampen. Het overige deel leeft in zogenaamde gemeenschappen dichtbij de kampen of zijn verspreid over Libanon.

10.000 vluchtelingen leven in het meest beroemde (of beruchte) kamp: Shatila. Dit vluchtelingenkamp is in 1949 opgericht door het Rode Kruis om de vele Palestijnen te kunnen herbergen die gevlucht waren uit Noord-Palestina na de oorlog in 1948.
Shatila werd met de grond gelijk gemaakt tijdens de Israëlische invasie van Libanon in 1982 en werd regelmatig het doelwit tijdens de Libanese burgeroorlog. Nog steeds tonen veel gebouwen de kogelgaten uit die tijd. De burgeroorlog werd beëindigd, maar spanningen zijn vaak nog steeds voelbaar in Shatila. De slechte leefomstandigheden, de armoede, discriminatie, werkloosheid en de uitzichtloze situatie van veel Palestijnen maakt van Shatila een kruitvat dat constant op ontploffen lijkt te staan.

Omdat de Palestijnen feitelijk statenloos zijn, krijgen ze niet dezelfde rechten als andere buitenlanders  die wonen en werken in Libanon. Zo is bijvoorbeeld de uitoefening van veel beroepen voor hen verboden. Beroepen als arts, jurist, tandarts, accountant, ingenieur…eigenlijk al die beroepen waarvoor een hogere opleiding vereist is. Daarnaast worden ze vaak gediscrimineerd bij sollicitaties wat een hoge werkloosheid onder de Palestijnen tot gevolg heeft. Bankleningen voor bijvoorbeeld een huis zijn alleen mogelijk wanneer een Libanese inwoner garant staat. Reizen naar een ander land is vanwege hun vluchtelingenstatus eigenlijk onmogelijk.

Het resultaat van deze wettelijke beperkingen is dat na 70 jaar de 3de of soms zelfs al 4de generatie Palestijnse vluchtelingen voor een groot deel leeft in armoede, zonder werk, in kleine slecht onderhouden huizen en iedere dag opnieuw voor de uitdaging staan om genoeg voor het avondeten te kunnen verdienen. Dit maakt dat een groot deel volledig afhankelijk is van de steun van UNRWA en andere non-profit organisaties. Echter…de budgetten worden steeds kleiner en met de komst van zoveel Syrische vluchtelingen moet het geld over steeds meer mensen verdeeld worden.

Sinds de burgeroorlog in Syrië moesten ook veel Palestijnen die in Syrië toevlucht hadden gevonden, opnieuw vluchten voor het oorlogsgeweld. Velen van hen probeerden te vluchten naar Libanon. Echter, sinds augustus 2013 is het voor Palestijnen bijna onmogelijk geworden om Libanon binnen te komen. UNWRA schat dat zo’n 53.000 Palestijnen uit Syrië bij de grens zijn tegengehouden.

UNWRA

Volgend op het Arabische – Israëlische conflict in 1948 is het United Nations Relief en Works Agency (UNWRA) voor de Palestijnse vluchtelingen opgericht. Het agentschap is gestart met hulpverlening aan Palestijnse vluchtelingen in 1951 en wordt grotendeels betaald uit vrijwillige bijdragen van de landen aangesloten bij de VN. UNWRA verzorgt onderwijs, gezondheidszorg en allerlei sociale voorzieningen. Daarnaast is ze verantwoordelijk voor de vluchtelingenkampen.

Met ongeveer 5 miljoen ontheemde Palestijnen vormt deze bevolkingsgroep de grootste vluchtelingen ter wereld. Sinds 1948 tellen we nu 4 generaties van vluchtelingen verspreid over landen als Jordanië, Libanon, Syrië, de Gaza-strook, West Bank, etc…