Selecteer een pagina
Mariam El Husseiny: Mijn man zou me moeten steunen!

Mariam El Husseiny: Mijn man zou me moeten steunen!

Het Shatila vluchtelingenkamp in Zuid-Beiroet is oorspronkelijk opgezet voor Palestijnse vluchtelingen in 1949. Het kamp is vooral bekend geworden door de Israëlische invasie van Libanon in 1982 en de gevechten in Sabra en Shatila waarbij 3000 burgers om het leven zijn gekomen. In 2014 leven er zo’n 10.000 geregistreerde Palestijnse vluchtelingen. Sinds het ontstaan van de Syrische burgeroorlog zijn ook veel Syrische vluchtelingen Shatila binnengekomen waardoor het kamp nu uit zijn voegen lijkt te barsten. Overvolle gebouwen, slechte hygiënische omstandigheden, armoede en teveel mensen zonder werk. Het leven is hard in Shatila.

Ook voor Mariam, de eigenaresse van een klein restaurantje in Shatila. Ze is voor zichzelf begonnen omdat er domweg geen betaald werk te vinden was en ze toch een manier moest zien te vinden om haar echtgenoot, twee thuiswonende kinderen en drie kleinkinderen te onderhouden. Haar twee kinderen, een zoon en een dochter, wonen nog thuis omdat ze beiden werkloos zijn en geen geld hebben om een eigen plek te huren. De verantwoordelijkheid weegt zwaar op de schouders van Mariam en ze ziet er constant uitgeput uit. Luisterend naar haar verhaal wordt duidelijk dat Mariam zowel zorgdraagt voor het reilen en zeilen in haar restaurant als haar huishouden. Zeven dagen per week, van ’s ochtends vroeg tot ’s avonds laat. Tijd voor haarzelf of voor het ontmoeten van andere onderneemsters is er niet. Op de vraag of haar man haar steunt, antwoord ze…”Hij zou me moeten steunen!”

Palestijnen vluchtelingen in Libanon

Sinds 1948 hebben in Libanon zo’n 450.000 Palestijnse vluchtelingen zich geregistreerd bij UNRWA (the United Nations Relief and Works Agency), het officiële orgaan voor het verstrekken van basisvoorzieningen aan Palestijnse vluchtelingen in Libanese vluchtelingenkampen. Een ontzagwekkend aantal vluchtelingen op een Libanese bevolking van ‘slechts’ 4,5 mln. Eerlijkheidshalve moet hierbij wel gezegd worden dat het vermoeden bestaat dat het werkelijke aantal Palestijnse vluchtelingen inmiddels beduidend lager is geworden, maar nog steeds in de boeken hoog wordt gehouden om politieke redenen zoals bijvoorbeeld het verkrijgen van fondsen vanuit de VN. Hoe belangrijk deze fondsen door de Libanese politiek worden gevonden blijkt misschien het wel het beste uit het feit dat het noemen en publiceren van lagere aantallen reden voor celstraf kan zijn.

Zo’n 53% van de Palestijnse vluchtelingen in Libanon wonen in de 12 erkende Palestijnse vluchtelingenkampen. Het overige deel leeft in zogenaamde gemeenschappen dichtbij de kampen of zijn verspreid over Libanon.

10.000 vluchtelingen leven in het meest beroemde (of beruchte) kamp: Shatila. Dit vluchtelingenkamp is in 1949 opgericht door het Rode Kruis om de vele Palestijnen te kunnen herbergen die gevlucht waren uit Noord-Palestina na de oorlog in 1948.
Shatila werd met de grond gelijk gemaakt tijdens de Israëlische invasie van Libanon in 1982 en werd regelmatig het doelwit tijdens de Libanese burgeroorlog. Nog steeds tonen veel gebouwen de kogelgaten uit die tijd. De burgeroorlog werd beëindigd, maar spanningen zijn vaak nog steeds voelbaar in Shatila. De slechte leefomstandigheden, de armoede, discriminatie, werkloosheid en de uitzichtloze situatie van veel Palestijnen maakt van Shatila een kruitvat dat constant op ontploffen lijkt te staan.

Omdat de Palestijnen feitelijk statenloos zijn, krijgen ze niet dezelfde rechten als andere buitenlanders  die wonen en werken in Libanon. Zo is bijvoorbeeld de uitoefening van veel beroepen voor hen verboden. Beroepen als arts, jurist, tandarts, accountant, ingenieur…eigenlijk al die beroepen waarvoor een hogere opleiding vereist is. Daarnaast worden ze vaak gediscrimineerd bij sollicitaties wat een hoge werkloosheid onder de Palestijnen tot gevolg heeft. Bankleningen voor bijvoorbeeld een huis zijn alleen mogelijk wanneer een Libanese inwoner garant staat. Reizen naar een ander land is vanwege hun vluchtelingenstatus eigenlijk onmogelijk.

Het resultaat van deze wettelijke beperkingen is dat na 70 jaar de 3de of soms zelfs al 4de generatie Palestijnse vluchtelingen voor een groot deel leeft in armoede, zonder werk, in kleine slecht onderhouden huizen en iedere dag opnieuw voor de uitdaging staan om genoeg voor het avondeten te kunnen verdienen. Dit maakt dat een groot deel volledig afhankelijk is van de steun van UNRWA en andere non-profit organisaties. Echter…de budgetten worden steeds kleiner en met de komst van zoveel Syrische vluchtelingen moet het geld over steeds meer mensen verdeeld worden.

Sinds de burgeroorlog in Syrië moesten ook veel Palestijnen die in Syrië toevlucht hadden gevonden, opnieuw vluchten voor het oorlogsgeweld. Velen van hen probeerden te vluchten naar Libanon. Echter, sinds augustus 2013 is het voor Palestijnen bijna onmogelijk geworden om Libanon binnen te komen. UNWRA schat dat zo’n 53.000 Palestijnen uit Syrië bij de grens zijn tegengehouden.

UNWRA

Volgend op het Arabische – Israëlische conflict in 1948 is het United Nations Relief en Works Agency (UNWRA) voor de Palestijnse vluchtelingen opgericht. Het agentschap is gestart met hulpverlening aan Palestijnse vluchtelingen in 1951 en wordt grotendeels betaald uit vrijwillige bijdragen van de landen aangesloten bij de VN. UNWRA verzorgt onderwijs, gezondheidszorg en allerlei sociale voorzieningen. Daarnaast is ze verantwoordelijk voor de vluchtelingenkampen.

Met ongeveer 5 miljoen ontheemde Palestijnen vormt deze bevolkingsgroep de grootste vluchtelingen ter wereld. Sinds 1948 tellen we nu 4 generaties van vluchtelingen verspreid over landen als Jordanië, Libanon, Syrië, de Gaza-strook, West Bank, etc…

Sabah Orbani: Blijven dromen…

Sabah Orbani: Blijven dromen…

De gescheiden en alleenstaande moeder Sabah is geboren in Libanon en was getrouwd met een Syriër. Daardoor hebben haar 2 zonen en dochter de Syrische nationaliteit, wat haar erg bang maakt dat ze opgeroepen worden voor de burgeroorlog. De oorlog staat centraal in haar leven. Ze is geboren in Sabra, één van de Palestijnse vluchtelingenkampen. Haar vader en drie broers zijn omgekomen in de burgeroorlog in 1985. Nu ze gescheiden is en alleen voor de opvoeding van haar kinderen staat, zal ze de eindjes aan elkaar moeten knopen met haar eigen kleine winkeltje.

Als Palestijnse vluchteling en ondernemer komt ze veel obstakels tegen. Het is in Libanon voor een Palestijnse vluchteling lastig om een banklening te krijgen of andere privileges die voor Libanezen wel beschikbaar zijn. Ze is haar zaak in Sabra gestart door eerst huis aan huis lingerie te verkopen. Na een tijdje kon ze een lening krijgen van een Libanese vriend om een ruimte te huren waar ze haar producten kon verkopen aan arme vrouwelijke burgers. Voor ons Westerlingen is het misschien een bizar idee dat vluchtelingen lingerie kopen, we beschouwen dit niet als een eerste levensbehoefte in een vluchtenlingenkamp. Maar we moeten niet vergeten dat dit kamp al in 1948 is opgericht, dat de derde generatie vluchtelingen er woont en dat ook zij verliefd worden en trouwen.

Ondernemers ondervinden hevige concurrentie van andere vluchtelingen uit Palestina en Syrië, maar Sabah houdt vol.  Ze moeten allemaal een inkomen verdienen en zien te overleven. Omdat het vinden van een baan erg moeilijk is starten sommigen een eigen zaak. Om haar eigen zaak te kunnen starten heeft Sabah geld geleend via privéleningen. Daarmee heeft ze haar inventaris kunnen bekostigen. Ze hoopt over ongeveer 3 jaar haar leningen af te kunnen lossen. Tenminste…als de zaken goed blijven gaan.

Het ondernemerschap geeft haar de vrijheid om haar eigen keuzes te maken en flexibel om te gaan met haar tijd. Tijd die ze nodig heeft om voor haar kinderen te zorgen. Redenen die we herkennen van ondernemers van over de hele wereld. De zware kant van het zakenleven, de onzekerheid over je inkomen, is altijd in haar gedachten net als bij andere vrouwelijke ondernemers in Sabra. Ze vertelt ons dat structurele hulp van de NGO’s of internationale hulporganisaties ontbreekt. Er is weinig tot geen hulp bij het opstarten van een eigen zaak, financieel noch qua opleiding. De ondernemers helpen elkaar een handje door grote rekeningen voor elkaar te betalen. Elk lid doneert elke maand een beetje geld in de pot en van dit geld worden leden die grote rekeningen open hebben staan, geholpen. Sabah heeft ook een keer geld ontvangen, vanwege een hoge ziekenhuisrekening die ze niet kon betalen. Het is een hard leven, maar Sabah blijft dromen van een betere toekomst voor haar familie.

Het Project

Het Project

Alleen al in Libanon zijn 450.000 bij de UNRWA geregistreerde Palestijnse vluchtelingen waarvan de meerderheid in 12 vluchtelingenkampen woont die zijn verspreid over het land. De Palestijnse vluchtelingen maken dus naar schatting 10 procent uit van de Libanese bevolking van 4,5 miljoen mensen. Daarnaast zijn sinds het begin van de Syrische burgeroorlog in 2011 ook miljoenen Syriërs gevlucht voor het geweld en de immense brutaliteiten in hun thuisland. Van deze vluchtelingen gaan er velen naar Libanon. Vaak met slechts weinig meer dan ze kunnen dragen. Ze zoeken onderdak in leegstaande gebouwen en zelfgebouwde hutten en tenten. Hulp, in allerlei vormen, is nog steeds dringend nodig.

Helaas is er nog steeds geen einde van de oorlog in zicht. Dat maakt het onduidelijk of en wanneer een terugkeer naar eigen huizen mogelijk zal zijn. Als ze nog een huis hebben natuurlijk. Dat betekent dat naast crisisopvang nu ook een meer duurzame vorm van hulp nodig is.

SELLING STRENGTH
ONDERNEMERSCHAPSPROGRAMMA’S VOOR VROUWEN IN MOEILIJKE OMSTANDIGHEDEN

Belangrijk hierbij is deze mensen te ondersteunen in hun pogingen om zo snel mogelijk weer (financieel) onafhankelijk te worden. Een belangrijke doelgroep hierbij zijn de vrouwelijke vluchtelingen. Volgens de Wereldbank investeren vrouwen 60% meer van hun inkomen in het welzijn (gezondheidszorg, onderwijs, etc…)  van hun gezin dan mannen. 60% meer! Door deze vrouwen te ondersteunen, helpen we niet alleen hun gezin maar zelfs toekomstige generaties.

Onder de naam ‘Selling Strength’ zijn we in 2015 naar Libanon en 2016 naar Jordanië gegaan om een fotodocumentaire te maken van deze vrouwen. We laten zien wie deze bijzondere vrouwen zijn en brengen in beeld in welke omstandigheden zij knokken om zichzelf en hun gezinnen weer hoop op een goede toekomst te geven. Een verhaal van doorzettingsvermogen, hoop en – vooral – van kracht.

Door middel van deze documentaire hopen we breed aandacht te kunnen vragen voor deze – zo noodzakelijke – vorm van hulpverlening. Want niet alleen in Libanon zijn deze vrouwen aanwezig. Maar overal in de wereld waar vrouwen zich vanuit een opvangsituatie weer terug knokken naar zelfstandigheid en onafhankelijkheid.

Onze reis…

Even bijkomen van de eerste indrukken op een heerlijk terrasje in Beiroet. Nu al een beetje overweldigd door deze fantastische, drukke, boeiende en vooral complexe stad. De eerste dag zit er namelijk al weer op.  Geland in Beiroet moesten we na een heel kort nachtje al snel op pad voor onze eerste afspraak met Rashid El Mansi, de programma coördinator van Popular Aid for Relief and Development (PARD). Op zoek naar onze eerste taxi, maakten we al direct kennis met de enorme complexiteit van deze stad.

Ons hotel is in Hamra Street, een van de chiquere winkelstraten in een van de betere wijken in Beiroet. Onze afspraak was in een wijk waar iets meer dan 10 jaar geleden het oorlogsgeweld nog aan de orde van de dag was en waar de spanningen af en toe nog steeds voelbaar zijn. Lopend vanuit ons hotel op zoek naar een taxi werden we geholpen door een hele aardige, Engels sprekende oudere man die ons verzoek wel wilde vertalen aan een taxichaffeur. Hij keek echter wel wat bezorgd en liet ons niet gaan zonder de waarschuwing… “Please be careful!” Eerlijk gezegd… was toch best een wat ongemakkelijke taxirit en Josette knoopte voor de zekerheid haar shawl over haar hoofd.

Onze gastheer Rashid lachte een beetje zuur toen we hem vertelde van deze waarschuwing. “Dit schetst meteen het probleem”, vertelde hij. “Het verschil tussen de wijken is groot. Een groot deel van de inwoners van bijvoorbeeld het rijkere Hamra is nog nooit in de armere wijken geweest.” Het overgrote deel van de inwoners van Beiroet heeft nog nooit de vluchtelingenkampen bezocht. Sterker nog, ze weten niet eens dat deze kampen ook in Beiroet zelf zijn. Die mensen denken dat het hier onveilig is. “Dat is in ieder geval niet mijn ervaring”, zegt Rashid.

Beeldvorming is een groot probleem in Libanon. Populaire opvattingen over Palestijnen, over Libanezen, over Syrische vluchtelingen, over moslims en over christenen, zijn vaak erg zwart-wit. De werkelijkheid is, zoals natuurlijk eigenlijk altijd het geval is, heel wat genuanceerder, maar iedereen gaat uit van zijn of haar eigen referentiekader en achtergrond. Als inwoners niet eens weten dat er kampen zijn in de stad dan is het ook lastig om je te verplaatsen in de bewoners er van. Wat weten de stedeling daadwerkelijk van de Palestijnse en Syrische vluchtelingen? Weten zij van het gebrek aan educatie van de kinderen, van de afwezigheid van medicijnen in de paar ziekenhuizen die in deze wijken aanwezig zijn? Zijn ze op de hoogte van het feit dat Palestijnse vluchtelingen niet dezelfde rechten en mogelijkheden hebben als bijvoorbeeld vluchtelingen uit Syrië? Allemaal zaken die gaan over de basisvoorzieningen van mensen die een leven willen opbouwen in Libanon. Hulpverlening kost geld. En de richting waar de fondsen naar toe stromen, wordt voor een belangrijk deel bepaald door beeldvorming. Het is dan ook zo ontzettend belangrijk dat de werkelijke situatie bekend wordt.

En daar hopen we met Selling Strength een kleine bijdrage aan te kunnen leveren.